← Alle nieuwsartikelen

PISA 2025 en AI in de klas, waarom EduGPT nu juist relevant is

PISA 2025 en AI in de klas, waarom EduGPT nu juist relevant is | CivAI Nieuws

Op 8 september 2026 publiceerde de OESO de resultaten van PISA 2025, het grootste PISA-onderzoek tot nu toe. Ruim 760.000 vijftienjarigen in 91 landen deden mee, in Nederland zo'n 6.600 leerlingen op 177 scholen. De cijfers zijn niet mals. En voor het eerst bevat PISA ook data over hoe leerlingen AI-chatbots gebruiken voor hun schoolwerk.

Wij lazen het rapport met extra aandacht. Niet omdat het nieuws over lezen en rekenen ons verrast, maar omdat de conclusies over AI precies de vraag raken waarvoor wij EduGPT zijn gaan bouwen. In dit bericht zetten we de kern op een rij en leggen we uit waarom een veilige, begeleide AI-omgeving nu geen luxe meer is.

Wat PISA 2025 laat zien

De gemiddelde leesscore in de OESO-landen daalde tussen 2015 en 2025 met 28 punten, volgens de OESO ongeveer anderhalf leerjaar. Wiskunde daalde met 22 punten, ruim een leerjaar. Voor lezen en wiskunde is dit het laagste OESO-gemiddelde dat PISA ooit heeft gemeten. Een op de vijf vijftienjarigen presteert nu laag in alle drie de vakken, in 2022 was dat nog 16 procent.

Natuurwetenschappen, het hoofdvak van deze ronde, bleef tussen 2022 en 2025 stabiel na een lange daling sinds 2009. De top tien bestaat uit Chinese regio's, Singapore, Estland, Japan, Korea, Taiwan en het Verenigd Koninkrijk.

De kansenkloof blijft groot. Leerlingen uit kansrijke gezinnen scoorden in de OESO gemiddeld 85 punten hoger op natuurwetenschappen dan leerlingen uit kansarme gezinnen. Die kloof werd iets kleiner, maar vooral omdat de kansrijke groep slechter ging presteren.

Hoe Nederland ervoor staat

Nederlandse leerlingen scoren bij wiskunde nog altijd boven het OESO-gemiddelde en bij natuurwetenschappen rond het gemiddelde. Beide bleven ten opzichte van 2022 gelijk. Bij lezen ging de daling wel door. Nog maar 61 procent van de Nederlandse vijftienjarigen haalt het basisniveau, tegen 69 procent gemiddeld in de OESO. Bijna vier op de tien leerlingen lopen dus het risico onvoldoende geletterd het onderwijs te verlaten.

De OESO schrijft in de landennotitie over Nederland dat de resultaten in alle drie de vakken tot de laagste behoren die ooit in ons land zijn gemeten, en dat de lijn sinds 2015 duidelijk negatief is. Ook de kloof tussen kansrijke en kansarme leerlingen is bij ons groter dan gemiddeld, 105 punten tegen 85 in de OESO.

AI in de klas, voor het eerst gemeten

Nieuw in PISA 2025 is dat leerlingen zijn bevraagd over hun gebruik van AI-chatbots voor school. Slechts 13 procent van de Nederlandse leerlingen gebruikt ze nooit of bijna nooit. Ruim een derde zet AI minstens wekelijks in om te leren, een kwart gebruikt AI regelmatig om teksten samen te vatten en ruim een kwart laat AI een eerste versie van schrijfopdrachten maken.

De eerste conclusie van de OESO is confronterend. Leerlingen die AI niet gebruikten om teksten voor schrijfopdrachten te maken, scoorden beter dan leerlingen die dat wel deden. Andreas Schleicher, hoofd van PISA, koppelt dat aan de daling bij lezen. Die is het grootst bij precies de vaardigheden die in een tijd van AI het meest tellen, feit van mening onderscheiden, bronnen met elkaar verbinden en informatie kritisch beoordelen.

Dan komt de tweede conclusie, en die is voor ons de kern. Onder frequente gebruikers presteerden leerlingen die AI inzetten om te leren én die op school hadden geleerd om de kwaliteit van AI-antwoorden te beoordelen, beter dan leerlingen die die begeleiding niet kregen. Het probleem is dus niet de technologie, maar gebruik zonder begeleiding.

OESO-secretaris-generaal Mathias Cormann vat het zo samen. Technologie en AI kunnen het leren versterken en jongeren voorbereiden op de toekomst, maar alleen als ze doelgericht worden ingezet en niet als vervanging van aandacht, inspanning en begrip.

Waarom dit EduGPT juist relevant maakt

De verleiding is groot om PISA te lezen als een pleidooi tegen AI in de klas. Wij lezen het anders. PISA laat zien dat AI zonder didactiek schaadt en dat AI met didactiek helpt. Het verschil zit niet in het gereedschap, maar in het ontwerp van het gebruik. En dat is precies het uitgangspunt waarmee we EduGPT hebben gebouwd.

Kritisch denken zit in het ontwerp. EduGPT begon in 2023 met de Feedback Companion, die leerlingen niet het antwoord geeft maar vragen stelt over hun eigen werk. Die lijn zit in al onze didactische companions. Docenten kunnen twee modellen naast elkaar laten antwoorden, zodat leerlingen zien dat AI-output verschilt en altijd getoetst moet worden. Kritisch omgaan met AI-antwoorden is in de praktijk gewoon leesonderwijs, precies de vaardigheid die PISA ziet wegzakken.

De docent houdt de regie. Met de Prompt Companion maken docenten zelf AI Companions voor hun vak en hun leerlingen, met de begeleiding ingebouwd. De school bepaalt welke companions en modellen beschikbaar zijn en hoe die zich gedragen. Docenten zijn ontwerpers van hun leeromgeving, geen consumenten van een tool. Onze founder Pascal Mariany noemt dat in zijn boek De kunst van het samenleven met AI de Reasoned Responsibility, het oordeel blijft bij de mens.

Europese hosting en soevereiniteit. PISA bevraagt vijftienjarigen, minderjarigen dus. Het AI Toetsingskader Funderend Onderwijs van SIVON en Kennisnet is er duidelijk over, geen gratis tools met leerlinggegevens. EduGPT draait in Europa, de school blijft eigenaar van de data en persoonsgegevens kunnen geanonimiseerd worden. Zo kan het gesprek in de klas over AI gaan, in plaats van over de vraag waar de gegevens van je leerlingen heen gaan.

Focus in plaats van afleiding. PISA waarschuwt ook voor digitale afleiding. In Nederland zegt 23 procent van de leerlingen dat klasgenoten in de meeste lessen afgeleid zijn door apparaten, en die leerlingen scoren 19 punten lager. EduGPT is een leeromgeving voor schoolwerk, zonder advertenties, zonder feed en met companions die zijn afgestemd op de les. Een bewuste keuze, geen bijproduct.

Wat wij scholen aanraden

De Nederlandse onderwijsorganisaties zeggen het in hun gezamenlijke statement over PISA nuchter. Roep op basis van deze cijfers niet dat het onderwijs helemaal anders moet, maar ga door met de brede aanpak van basisvaardigheden. Daar sluiten wij ons bij aan. Zeker in een tijd van AI is de verleiding groot om snel een tool aan te schaffen of AI juist te verbieden. Beide reflexen helpen leerlingen niet.

Ons advies is om drie dingen tegelijk te doen. Begin bij de didactische bedoeling, wat moeten leerlingen zelf kunnen en waar mag AI ondersteunen. Kies een omgeving waarin dat veilig kan en die de school zelf in de hand heeft. En maak het beoordelen van AI-antwoorden een vast onderdeel van de les, want dat is volgens PISA het verschil tussen leerlingen die achteruitgaan en leerlingen die vooruitgaan.

Het raamwerk AI-geletterdheid dat Kennisnet deze week publiceerde geeft daar een goede gedeelde taal voor. Wil je zien hoe dit er in de praktijk uitziet, met echte companions en echte lessen? Wij laten het graag zien, in een demo of een kleine pilot met een paar docenten. Neem contact op via edugpt.nl of stuur een bericht naar Pascal Mariany.

Bronnen. Persbericht OESO van 8 september 2026, PISA 2025 Results Volume I, landennotitie Nederland, Andreas Schleicher over AI-gebruik en lezen, Nationaal Kennisinstituut Onderwijs, gezamenlijk statement onderwijsorganisaties en raamwerk AI-geletterdheid van Kennisnet.

Beeld ter illustratie, gemaakt met AI

CivAI — Europese AI-oplossingen